Actieve provisietransparantie nadert

De minister van Financiën had het al eerder gezegd: hij is voorstander van actieve provisietransparantie. In een voorgenomen aanpassing van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) werkt de minister dat verder uit. Het is daarmee de bedoeling dat de actieve provisietransparantie op 1 januari 2021 van kracht wordt. Tot 13 augustus ligt het Wijzigingsbesluit financiële markten 2021 nog ter consultatie. Iedereen die dat wil, kan tot die datum op de inhoud reageren.

Provisietransparantie

Bij provisieverbodproducten weet de klant precies wat de advies- en distributiekosten zijn: hij moet die immers apart betalen. Maar bij verzekeringen die niet onder het provisieverbod vallen (nagenoeg alle schadeverzekeringen) ligt dat anders. Daar geldt tot nu een passieve vorm van provisietransparantie: de adviseur of de bemiddelaar hoeft de klant alleen maar te vertellen hoeveel provisie hij van de verzekeraar krijgt als de klant daar uitdrukkelijk om vraagt. Dat doen klanten bijna nooit. Vanaf 1 januari 2021 gaat dit veranderen. Dan is er sprake van actieve provisietransparantie en mag de adviseur of de bemiddelaar niet meer afwachten of de klant naar zijn beloning informeert. Wij gaan ervan uit dat de consultatieronde niet tot materiële aanpassing van de wijzigingen zal leiden.

Wat verandert er?

Bij aanvang van het advies- en/of bemiddelingsproces is nog niet altijd duidelijk hoeveel de eventuele provisie zal bedragen. Daarom hoeft de financieel dienstverlener vanaf 1 januari 2021 niet het precieze bedrag te noemen. In plaats daarvan moet hij het bedrag noemen dat hij gemiddeld ontvangt voor een verzekering van die categorie, dan wel het provisiepercentage. De verplichting geldt zowel voor het melden van de afsluitprovisie als voor doorlopende provisie. In de toelichting wordt het voorbeeld gegeven dat een WA+cascoverzekering voor een auto (afhankelijk van de omstandigheden) tussen de € 600 en € 2.000 per jaar kost. Zodat bij een gebruikelijk provisiepercentage van 20, de gemiddelde doorlopende provisie € 120 tot € 400 per jaar bedraagt.

Verwarrend

Ronduit verwarrend is dat het voorbeeld uitgaat van een specifieke verzekering, maar dat eerder in de toelichting wordt gesproken over ‘het gemiddelde nominale bedrag per productgroep’. Daarbij onderscheidt het wijzigingsbesluit 6 productgroepen, waaronder bijvoorbeeld de productgroep ‘verkeer/voertuigen’. Hier blijkt zowel de auto, de fiets als de caravan onder te vallen. Maar het noemen van een gemiddeld nominaal provisiebedrag - dat is berekend over zowel autoverzekeringen, caravanverzekeringen als fietsverzekeringen - lijkt ons voor geen van die 3 voertuigen iets transparants op te leveren.

Alleen voor particuliere klanten

Deze actieve provisietransparantie geldt alleen voor particuliere klanten en niet voor zakelijke klanten. Dus ook niet voor zzp’ers die een zakelijke verzekering sluiten. De eerder genoemde passieve provisietransparantie blijft wel bestaan: óók voor zakelijke klanten. Als een particuliere of zakelijke klant (óók) het exacte provisiebedrag wil weten, dan kan hij daarom vragen.

Ook vergelijkingssites!

Vergelijkingssites ontvangen een aanbrengprovisie (ook wel – om het woord ‘provisie’ te vermijden - eufemistisch ‘marketingvergoeding’ genoemd) van de verzekeraar waar de klant uiteindelijk de verzekering sluit. Vanaf 1 januari 2021 moet de verzekeraar het bedrag van die aanbrengprovisie aan de klant melden. In samenhang met de verplichting om de ‘kenmerken van de dienstverlening’ te vermelden zorgt dat ervoor dat de klant niet alleen weet wát hij betaalt, maar ook waarvóór hij betaalt.

Kenmerken van de dienstverlening

De financieel dienstverlener moet dus ook de kenmerken van zijn dienstverlening aan de (particuliere) klant melden. De adviseur/bemiddelaar kan daarmee aan de klant duidelijk maken dat hij niet alleen helpt bij het tot stand komen van de verzekering, maar dat de klant ook aanspraak op zijn diensten kan maken tijdens de looptijd. Welke diensten dat precies zijn, is aan de adviseur/bemiddelaar. Denk bijvoorbeeld aan advies vóór het sluiten, hulp bij schade, periodieke controle en advies tijdens de looptijd. Dezelfde plicht om de kenmerken van de dienstverlening te vermelden, rust op direct writers. Als het kenmerk van die dienstverlening ‘zelfbediening’ is, dan moet hij dat aan de klant melden. Die weet dan dat hij niet betaalt voor ondersteuning tijdens de looptijd of hulp bij schade, en dat hij daar ook geen recht op heeft. Daarmee kan de klant een bewustere keuze maken.

Consumptief krediet

Als wij het goed zien, dan geldt na deze wijziging dat de consument bij elk financieel product weet wat de financieel dienstverlener eraan verdient, behalve bij consumptief krediet. De reden van die uitzondering blijkt niet uit de toelichting. Vreemd, want door de wijze waarop die provisie wordt bepaald, zou actieve provisietransparantie voor de klant duidelijk maken welk belang de financieel dienstverlener heeft bij de hoogte van het krediet.

Geheel terzijde

Ronduit grappig dat in de voorgenomen aanpassing wordt gesproken over ‘schadeverzekeringen, niet zijnde […] overlijdensrisicoverzekeringen’. Overlijdensrisicoverzekeringen zijn natuurlijk helemaal geen schadeverzekeringen, maar een levensverzekering (ook in de Wft).

Meer weten?

In verschillende opleidingen van NIBE-SVV komen de wijzigingen ten aanzien van provisietransparantie aan bod, zoals:

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor je klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om je waarde voor je klant te behouden. Onze whitepapers helpen je om je kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.