Prinsjesdag & Vermogen: Wat heeft de overheid in petto op het gebied van Vermogen?

Op 19 september 2017 (Prinsjesdag) heeft het kabinet de plannen voor 2018 bekendgemaakt. We lichten de overheidsplannen die relevant zijn voor de adviespraktijk van de adviseur Vermogen eruit. 

Fiscale maatregelen

Vanwege de demissionaire status van het kabinet zijn de meeste beleidskwesties op het gebied van de sociale zekerheid controversieel verklaard. Dat betekent dat de belangrijkste wijzigingen voor de adviseur Vermogen niet of nauwelijks beleidsmatig van aard zijn, maar vooral fiscaal.

Fiscaal algemeen – tarieven en heffingskortingen

De tarieven inkomstenbelasting in Box 1 worden in 2018:
 
Tarieven box 1 - Jonger dan de AOW-leeftijd 2018 (de cijfers van 2017 staan er tussen haakjes achter)

Schijf

Belastbaar inkomen meer dan

Maar niet meer dan

Totaal tarief inclusief premies volksverzekeringen

Heffing totaal over de schijven

1

0

€ 20.142 (€ 19.982)

36,55% (idem)

€ 7.361 (€ 7.303)

2

€ 20.142 (€ 19.982)

€ 33.994 (€ 33.791)

40,85% (40,80%)

€ 13.019 (€ 12.937)

3

€ 33.994 (€ 33.791)

€ 68.507 (€ 67.072)

40,85% (40,80%)

€ 27.117 (€ 26.515)

4

€ 68.507 (€ 67.072)

-

51,95% (52%)

-

 
Ook voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd bereikt hebben, nemen de tarieven van de tweede en derde schijf met 0,05% toe en daalt die van de vierde schijf met 0,05%.
 
Heffingskortingen (bedragen uit 2017 staan tussen haakjes)

Heffingskorting

Jonger dan AOW-leeftijd

AOW-leeftijd en ouder

Maximale algemene heffingskorting*

€ 2.265 (€ 2.254)

€ 1.157 (€ 1.145)

Maximale arbeidskorting*

€ 3.249 (€ 3.223)

€ 1.658** (€ 1.645)

Maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting

€ 2.801 (€2.778)

€ 1.430** (€ 1.419)

Jonggehandicaptenkorting

€ 728 (€ 722)

-

Ouderenkorting (inkomensafhankelijk)

-

Tussen € 72 en € 1.418
(tussen € 71 en € 1.292)

Alleenstaande ouderenkorting

-

€ 423 (€ 438)

*Er is geen minimale algemene heffingskorting of arbeidskorting
**Geschat bedrag op basis van inflatiecorrectie

Toeslagen – herinvoering 10%-regeling

Wanneer iemand in de loop van een jaar de relatie verbreekt, zijn de door hem of haar ontvangen toeslagen mede afhankelijk van het inkomen van de vertrokken partner. Tot 2012 was er een regeling waarbij de achterblijvende partner een verzoek kon indienen bij Belastingdienst/Toeslagen om bij berekening van het toetsinkomen geen rekening te houden met inkomensstijgingen van de vertrokken partner als dat leidde tot een toetsinkomen dat 10% of meer steeg. In het kader van vereenvoudiging van belastingregels is deze regel destijds afgeschaft. Het kabinet stelt voor deze regeling op 1 januari 2018 opnieuw in te voeren.

Wijziging partnerbegrip

Voor de inkomstenbelasting en toeslagen geldt een thuiswonend pleegkind dat 18 jaar wordt tot nu toe als ‘partner’, wanneer de verzorger hiervoor een pleegzorgvergoeding ontvangt. Dat geldt niet voor biologische kinderen of pleegkinderen waarvoor géén pleegzorgvergoeding ontvangen wordt, tot deze kinderen de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt.
Het kabinet stelt voor dat vanaf 2018 pleegkinderen van 18 tot 27 jaar uitgezonderd worden van het partnerbegrip, ook als er een pleegzorgvergoeding ontvangen wordt.

Tarieven box 3

Eerder in 2017 heeft staatssecretaris Wiebes aangekondigd dat hij wil onderzoeken of een andere heffingswijze op het rendement op vermogen mogelijk is. Daar zijn op Prinsjesdag geen nadere uitspraken over gedaan.

De fictieve (forfaitaire) rendementen op vermogen worden wel aangepast op 1 januari 2018.
 
Vermogensrendementsheffing 2018 (percentages uit 2017 tussen haakjes)

Belast vermogen 
(boven de vrijstelling)

Forfaitair rendement

Belastingdruk

0 - € 75.000

2,65% (2,87%)

0,80% (0,86%)

€ 75.000 - € 975.000

4,52% (4,60%)

1,36% (1,38%)

meer dan € 975.000

5,38% (5,39%)

1,61% (1,62%)

Codificering vervallen tijdklemmen KEW’s en Kapitaalverzekeringen Brede Herwaardering

Op 1 april 2017 is de eis vervallen dat voor een Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW), Spaarrekening Eigen Woning (SEW) of Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW) minimaal 15 jaar premie of inleg betaald moet zijn, om in aanmerking te komen voor een belastingvrije uitkering.
Wanneer het opgebouwde kapitaal gebruikt wordt ter (gedeeltelijke) aflossing van een eigenwoningschuld, kan dit zonder dat het rentebestanddeel belast is. Ook als er nog geen 15 jaar premie of inleg betaald is.

Dit vervallen van de tijdklemmen wordt ‘gecodificeerd’. Dat wil zeggen dat de wettekst hierop wordt aangepast. Dit gebeurt met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2017.
In het besluit is daarnaast vastgelegd dat ook de vrijstelling voor Kapitaalverzekeringen Brede Herwaardering (afgesloten in de periode tussen 1992 en 14 september 1999) geldt als er geen 15 of 20 jaar premie betaald is. Ook dat deel van het besluit wordt gecodificeerd.

Erf- en schenkbelasting bij aangaan of wijzigen huwelijkse voorwaarden

Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap kunnen huwelijkse voorwaarden (of partnerschapsvoorwaarden) worden opgesteld. Door een huwelijk/geregistreerd partnerschap kan één van de echtgenoten/partners vermogender worden. Het was tot nog toe niet altijd duidelijk of een dergelijke verschuiving van vermogen belast wordt met schenkbelasting. Daarom wordt de Successiewet op dit punt aangepast.
De regel wordt als volgt:

  • Allereerst wordt vastgesteld wat het gezamenlijke totale vermogen van de twee echtgenoten/partners is, voorafgaand aan het huwelijk/partnerschap;
  • Daarna wordt gekeken hoe hoog het vermogen van elk van hen individueel is op het moment van huwen/partnerschap aangaan;
  • Er is vervolgens sprake van een schenking als blijkt dat:
    • de minst vermogende door het huwelijk/partnerschap en de huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden meer dan 50% van het vermogen krijgt;
    • of als de meest vermogende door het huwelijk/partnerschap en de huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden, zijn vermogensdeel ziet toenemen.

Deze regel geldt niet alleen bij het aangaan van een huwelijk/partnerschap, maar ook bij het wijzigen of aangaan van huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden tijdens het huwelijk/partnerschap. Bovendien geldt de regel ook voor ongehuwd samenwonenden met een notariële samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting.

Voor andere samenwoners gold al dat een verschuiving van vermogen in beginsel een belaste schenking is.

Situatie huwelijken vanaf 2018

Op 1 januari 2018 wijzigt ook het huwelijksgoederenrecht zelf. Voor iedereen die vanaf dat moment trouwt, blijft in beginsel het voorhuwelijkse vermogen buiten de gemeenschap en is er dus sprake van een beperkte gemeenschap van goederen. Dit is ook van toepassing bij het aangaan van een partnerschap.
Hiervan kan afgeweken worden bij huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden.
 
De uitwerking van de voorgestelde wijzigingen in de Successiewet wordt daarmee niet anders. Ook na 2018 telt het voorhuwelijkse vermogen mee bij het vaststellen van de 50%-grens van vermogensverschuiving.
 
LET OP: voor het bepalen van het totale gezamenlijke vermogen, zijn er wel enkele uitzonderingen:

  • verknochte goederen: dat zijn goederen waarvan in de jurisprudentie is bepaald dat noch de goederen noch de waarde daarvan in de gemeenschap van goederen worden betrokken of verrekend. Een voorbeeld hiervan is een aanspraak op een ontslaguitkering van vóór het huwelijk;
  • schenkingen of erfenissen waarop een harde uitsluitingsclausule van toepassing is. De schenker of erflater moet hebben bepaald dat de erfenis of schenking niet in de gemeenschap kan vallen;
  • pensioenrechten, als de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) hierop van toepassing is.

Vooral de wijziging in de Successiewet in combinatie met de aanstaande wijziging in het huwelijksvermogensrecht, kan van invloed zijn op de financiële positie van klanten van de adviseur Vermogen.

Meer informatie

 
(Bron: Wft Triple A)

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor je klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Buiten het klaslokaal

Wist je dat we ook buiten onze opleidingen bouwen aan een krachtige financiële sector? Ook buiten het klaslokaal houden wij je op de hoogte van de actuele ontwikkelingen binnen je vakgebied.