Duurzaamheid en verzekeraars

De nieuwe Europese wetgeving op het gebied van duurzaamheid komt als een lawine op ons af. Voldoende reden om in dit artikel stil te staan bij de impact van deze nieuwe regels voor (her)verzekeraars, evenals voor gevolmachtigde agenten en tussenpersonen. Deze wetgeving bestaat onder andere uit de Transparantieverordening die 12 maart 2021. in werking trad, de Taxonomieverordening die 1 januari 2022 in werking treedt en een aantal belangrijke wijzigingen van bestaande Europese richtlijnen, waaronder Solvency II en de Insurance Distribution Directive (IDD).

Tot op heden was duurzaamheid een hobby van een paar mensen binnen een verzekeraar. Zij wilden hun collega’s verleiden om mee te helpen om de samenleving duurzaam te maken. Goed bedoeld, maar veel haalde dat niet uit. Toch zullen we wel moeten. Zo is het Klimaatakkoord van Parijs 2015 erop gericht om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden. De wereldwijde gemeenschap, nu met de Verenigde Staten onder President Biden voorop, is zich in steeds hogere mate bewust van de urgentie om de bron van de opwarming, de uitstoot van broeikasgassen, terug te dringen. Europa komt daarom in rap tempo met wetgeving, zoals onder andere de Transparantieverordening en de Taxonomieverordening en een aantal belangrijke wijzigingen van de richtlijnen Solvency II en IDD. Met twee boodschappen voor verzekeraars:

  1. Ga aan de slag!; en
  2. Voorkom greenwashing: doe je niet duurzamer voor dan je bent.

De aandacht van Europa richt zich allereerst op Environment dat wil zeggen met name op klimaat- en milieurisico’s, zonder overigens de andere duurzaamheidsrisico’s op het terrein van Social en Governance te veronachtzamen.

Door de nieuwe Europese wetgeving zit duurzaamheid nu wel in de hoek van Angst: de Risk- en Compliancehoek. Dat is niet de bedoeling. Duurzaamheid hoort thuis bij Strategie. Want deze nieuwe Europese wetgeving biedt ook kansen, omdat klanten van een verzekeraar om duurzaamheid vragen!

De nieuwe Europese wetgeving bepaalt wat duurzaam is en wat niet. En dat is ook nieuw, Europa bepaalt. De eisen komen rechtstreeks vanuit Brussel in de vorm van verordeningen. Houd daarom als verzekeraar niet alleen de sites van DNB en de AFM in de gaten maar met name ook de sites van de Europese Commissie en EIOPA.

Duurzaamheid heeft zowel prudentiële-, integriteits- als gedragsaspecten. DNB houdt toezicht op de prudentiële en integriteitsaspecten van duurzaamheid en de AFM ziet toe op naleving van de gedragsaspecten. Belangrijk is ook EIOPA die een visie op duurzaamheid heeft neergezet en op verzoek van de Europese Commissie – al dan niet samen met de andere Europese toezichthouders – Europese regels nader uitwerkt, zoals onlangs de Regulatory Technical Standards op basis van de Transparantieverordening.

Dit artikel is als volgt opgebouwd: allereerst definiëren we de kernbegrippen ‘duurzaamheid’ en ‘duurzaamheidsrisico’s’ en vervolgens schenken we in het kader van het Actieplan van de Europese Commissie aandacht aan de Transparantieverordening en de Taxonomieverordening. Ook de voorgestelde aanpassingen van de IDD komen aan bod en de inzichten van EIOPA en de AFM op dit terrein. We besluiten het artikel met een conclusie en actiepunten.

Duurzaamheid gedefinieerd

Duurzaamheid of Duurzame ontwikkeling is door de Verenigde Naties (VN) gedefinieerd als een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. De VN heeft zeventien doelstellingen vastgesteld inzake duurzame ontwikkeling (de zogenoemde 17 Sustainable Development Goals, SDG’s) die ook betrekking hebben op:

  • Milieu ((E)nvironment);
  • Sociaal ((S)ocial); en
  • Beleid ((G)overnance).

De Europese wetgeving richt zich op de ESG-doelstellingen. De meeste financiële ondernemingen in Nederland werken met de SDG’s als richtinggevend raamwerk voor het duurzaamheidsbeleid. Daarbij maakt men een keuze uit de SDG’s. De SDG’s die het meest genoemd zijn, gaan over:

  • betaalbare en duurzame energie;
  • eerlijk werk en economische groei;
  • verantwoorde consumptie en productie; en
  • klimaatactie 1.

Duurzaamheidsrisico’s zijn gebeurtenissen of omstandigheden op ecologisch, sociaal of governancegebied die, indien die zich voordoen, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van de belegging kan veroorzaken. We hebben het dus over risico’s op het terrein van ESG, te weten:

  • Environment, bijvoorbeeld waterschaarste;
  • Social, bijvoorbeeld toenemende armoede, of ongelijkheid tussen man en vrouw;
  • Governance, bijvoorbeeld schending van mensenrechten, omkoping of corruptie in een bedrijf.

Europese Commissie

De Europese Commissie heeft in 2018 een Actieplan opgesteld. In hoog tempo is de Commissie op dit moment bezig om het Actieplan uit te werken.

Ook nationale toezichthouders zijn ambitieus. Zo doet DNB vanaf dit jaar uitvraag bij verzekeraars over hoe zij duurzaamheid willen implementeren in hun organisatie en systemen. Ook toetst DNB (kandidaat)beleidsbepalers van verzekeraars op hun kennis van duurzaamheid. Daarnaast benadrukt de AFM dat de kennis van duurzaamheid breed in alle geledingen van de organisatie aanwezig moet zijn 2.

Grijs, lichtgroen en donkergroen

Een doel van het Actieplan van de Europese Commissie is gelegen in het verbeteren van transparantie en het rapporteren over duurzaamheid, ook wel duurzame informatievoorziening genoemd. De Transparantieverordening die 10 maart 2021 van kracht werd, introduceert daarbij de volgende driedeling in financiële producten:

  1. financiële producten die een duurzaam doel hebben (donkergroen): artikel 9-producten;
  2. financiële producten die ecologische of sociale kenmerken promoten (lichtgroen): artikel 8-producten;
  3. producten die geen duurzaam doel hebben of ecologische en/of  sociale kenmerken promoten, restcategorie (grijs of neutraal): artikel 6-producten (bij deze producten moet wel worden uitgelegd waarom duurzaamheidsrisico’s niet relevant worden geacht).

De Transparantieverordening is van toepassing op financiële marktdeelnemers. Dat zijn financiële ondernemingen die beleggingsproducten aanbieden (waaronder beleggingsverzekeringen, beleggingsfondsen, beheer van individuele beleggingsportefeuilles (vermogensbeheer), en pensioenproducten). Deze Verordening is dus bijvoorbeeld van toepassing op:

  • de bank die beleggingsadvies geeft;
  • de pensioenverzekeraar die pensioenverzekeringen aanbiedt; en
  • de beheerder van beleggingsinstellingen.

EIOPA

Een verzekeraar kan overigens besluiten de gedachte achter de Transparantieverordening breder toe te passen en ook verzekeringsproducten die niet onder de Verordening vallen als ‘donkergroen’, ‘lichtgroen’ of ‘grijs’ aan te merken.

Ook EIOPA 3 geeft aan dat duurzaamheidsoverwegingen niet alleen van belang zijn voor verzekeringen met een beleggingselement. Voor EIOPA moeten duurzaamheidsoverwegingen meegenomen worden in de productontwikkeling van alle verzekeringen. Het is dus niet beperkt tot beleggingsverzekeringen. De centrale vraag is of we alle producten en diensten (ook die producten die formeel gezien niet onder de Transparantieverordening vallen) willen verduurzamen, respectievelijk willen indelen in lijn met deze Verordening omdat de samenleving gericht is op duurzaamheid, aldus EIOPA 4.

We zien immers nu al schadeverzekeringen waarin ESG-factoren een belangrijke rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan groene autoverzekeringen (gekoppeld aan de SDG-doelstelling om klimaatverandering aan te pakken) en aan zorgverzekeringen die bewegen belonen (gekoppeld aan de SDG-doelstelling Goede gezondheid en welzijn). Ook deze producten moeten ge-PARP’t worden, stelt EIOPA.

AFM en duurzaamheid

De AFM volgt EIOPA in deze opvatting over duurzaamheid. De AFM houdt toezicht op het PARP-proces en dus ook of duurzaamheid op de juiste wijze is meegenomen in de PARP. De AFM merkt hierover op in haar Position Paper van juni 2020:

‘Het eerste is dat duurzaamheidsaspecten op een verantwoorde en zorgvuldige manier geïntegreerd worden in financiële producten en diensten. Geldende (wettelijke) vereisten, bijvoorbeeld bedoeld om consumenten te beschermen tegen niet passende beleggingsproducten of een te hoge hypotheek, zijn uiteraard evenzeer van toepassing op financiële producten en diensten met een duurzaam karakter. Ten tweede moeten consumenten en beleggers in staat worden gesteld goed geïnformeerde beslissingen te nemen. Dat betekent dat zij er op moeten kunnen vertrouwen dat financiële producten en diensten met een duurzaam karakter ook daadwerkelijk duurzaam zijn. Ook moeten consumenten en beleggers inzicht krijgen in de mate waarin deze producten en diensten bijdragen aan duurzaamheidsdoelen. De AFM krijgt met de nieuwe regelgeving een uitgebreider mandaat om hier toezicht op te houden.’

Maar hoe integreer je als verzekeraar duurzaamheidsaspecten in de bedrijfsvoering en productontwikkeling en hoe houdt AFM hierop toezicht? De AFM geeft aan:

  1. Het is belangrijk goede informatie te geven over duurzaamheid, gekoppeld aan de Transparantieverordening en de Taxonomieverordening. Als een verzekeraar producten of diensten aanbiedt met een expliciet duurzaam karakter, houdt de AFM toezicht of duurzaamheidsbeloftes transparant zijn en kunnen worden nageleefd. Dit vloeit voort uit de huidige reclameregels en informatieverstrekkingsregels van de Wft en die worden dus aangevuld met de Transparantieverordening en de Taxonomieverordening;
  2. Duurzaamheid is een onderdeel van zorgplicht. Voorkom bijvoorbeeld dat lenen voor het verduurzamen van de woning leidt tot overkreditering;
  3. Zijn er voorbereidingen binnen de verzekeraar om duurzaamheidswetgeving te implementeren?

Taxonomie

De Taxonomie is bedoeld voor beleggers. Zij willen weten of zij groen beleggen. Volgens Brenda Kramer van PGGM is de Taxonomie een encyclopedie van de duurzaamheid. Het is een lijst met economische activiteiten. Daar staat in: windmolens vinden we duurzaam. Auto’s vinden we duurzaam als hun emissies onder een bepaald niveau blijven. En een gebouw vinden we duurzaam als het aan bepaalde specificaties voldoet.

Op 21 april 2021 publiceerde de Europese Commissie de eerste Delegated Act (Gedelegeerde Verordening) met technische standaarden. Met deze Delegated Act wordt de eerste reeks technische screeningcriteria ingevoerd, waarmee kan worden bepaald welke economische activiteiten een wezenlijke bijdrage leveren aan de eerste twee duurzaamheidsdoelstellingen van de Taxonomieverordening, te weten de bestrijding van de klimaatverandering en de aanpassing aan de klimaatverandering. In 2022 volgt de tweede Delegated Act waarin de technische criteria voor de andere in de Taxonomie genoemde duurzaamheidsdoelstellingen worden gegeven.

Ook de IDD wordt aangepast: PARP en duurzaamheidsvoorkeuren klanten

Op 21 april heeft de Europese Commissie ook voorstellen gedaan om het (MiFID- en) IDD-kader te wijzigen, zodat verzekeringsbemiddelaars en verzekeraars nu ook verplicht worden om de duurzaamheidsvoorkeuren van hun cliënten in kaart te brengen. De Commissie wil in navolging van EIOPA dat duurzaamheid ook wordt meegenomen in de PARP. Voor elk verzekeringsproduct is een doelgroep afgebakend, waarbij is geanalyseerd wat de beoogde doelstelling van de doelgroep is. Met deze wijziging wil de Commissie bereiken dat voor elk product ook de duurzaamheidsdoelstelling en duurzaamheidsvoorkeuren van de doelgroep worden meegenomen. Let wel: er is geen verplichting tot verduurzaming. Maar als je dat doet, dan zullen in de PARP dit product en de doelgroep op elkaar afgestemd moeten worden, net zoals je dat doet voor niet-duurzame producten.

Dus: voor elk ‘te verduurzamen’ verzekeringsproduct nagaan:

  • Wat zijn de duurzaamheidsdoelstellingen van de doelgroep waarvoor het product ontwikkeld wordt?
  • Doet het product wat het hoort te doen? Wordt dus met andere woorden met het product de duurzaamheidsdoelstelling bereikt?
  • Is de productinformatie en ook de distributie afgestemd op de doelgroep? Zijn de tussenpersonen geïnformeerd over de duurzaamheidsdoelstellingen en de duurzaamheidskenmerken van het product en informeren zij klanten over deze kenmerken? En zijn die in lijn met de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten? Hebben de tussenpersonen de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten in kaart gebracht?

Verder wordt duurzaamheid ook meegenomen in de adviesregels. Op basis van 4:23 Wft moet de financiële positie van de klant, zijn risicobereidheid, kennis en ervaring in kaart worden gebracht. Via wijzigingen van de MiFID en IDD moeten nu ook de duurzaamheidsvoorkeuren van de klant in beeld worden gebracht. Ook de execution only, 4:24 Wft (distributie), zal bij keuze tussen een ‘grijs’ of ‘groen’ product hierop moeten worden aangepast.

De verwachting is dat deze regels oktober 2022 in werking treden.

Conclusie en actiepunten

Veel verzekeringen worden op dit moment als duurzaam product verkocht. En veel verzekeraars en verzekeringsbemiddelaars zeggen dat ze duurzaam zijn. Maar of dat ook zo is, is niet alleen afhankelijk van de bestaande regels waaronder de bekende informatieverstrekkingsregels en reclameregels uit de Wft, maar nu ook van nieuwe Europese wetgeving. In dit artikel hebben we die wetgeving belicht.

Verzekeraars, gevolmachtigde agenten en tussenpersonen zien zich, gelet op deze nieuwe Europese wetgeving, geplaatst voor de volgende vraagstukken of actiepunten:

  1. Willen wij duurzame verzekeringen aanbieden, respectievelijk daarin bemiddelen? Er is geen plicht om duurzame verzekeringen aan te bieden. Maar toch verwacht ik dat er steeds meer duurzame verzekeringen op de markt komen, omdat klanten vragen om duurzame verzekeringen, en veel verzekeraars een duurzaamheidsambitie hebben neergelegd.
  2. Als we een duurzame verzekering willen aanbieden: hoe hoog wordt de premie van een duurzame verzekering? En is de hoogte van de premie gerelateerd aan door de polishouder te nemen preventieve maatregelen om het verzekerde object te beschermen tegen duurzaamheidsrisico’s?
  3. Past het duurzame product bij onze doelgroep en distributie? En met betrekking tot het PARP’en van een duurzame verzekering: op basis van welke criteria gaan wij dat doen? We hebben thans de KNVB-criteria van de AFM en naar verwachting krijgen we straks ook duurzaamheidscriteria. Maar wie gaat deze criteria opstellen? Een grote verzekeraar? De AFM?
  4. Zijn onze medewerkers (productontwikkelaars en marketeers) en distributiekanalen op de hoogte van de duurzaamheidswetgeving?
  5. Wie coördineert de duurzaamheidsaanpak en rapporteert hierover?
  6. Wat betekent onze duurzaamheidsaanpak voor de beloningen aan medewerkers?
  7. Hoe maken we onze klanten enthousiast voor duurzaamheid?
  8. Hoe communiceren we over duurzaamheid?
  9. Wie houdt de duurzaamheidswetgeving in de gaten en zorgt ervoor dat onze verzekeringen voldoen aan die Europese wetgeving?

Voetnoten

  1. Zie het rapport Op waarde geschat van DNB, blz. 13.
  2. Zie AFM-brief juli 2020: sectorbrief-duurzaamheid (1).pdf.
  3. Zie EIOPA’s Technical Advice on the integration of sustainability risks and factors in the delegated acts under Solvency II and IDD, EIOPA-BoS-19/172, 30 April 2019.
  4. Zie EIOPA’s Technical Advice on the integration of sustainability risks and factors in the delegated acts under Solvency II and IDD, EIOPA-BoS-19/172, 30 April 2019.

Ben jij goed voorbereid op de gevolgen van duurzaamheid?
Meer weten over duurzaamheid in de financiële sector? Kijk op ABCDuurzaam voor relevante kennis en inspiratie. Je vindt hier onder andere:

  • de whitepaper ABCDuurzaam en interessante artikelen
  • een terugkijklink naar het webinar ‘Klimaatverandering, een kwestie van goed risicomanagement?’ 
  • handige links naar het Awareness Programma Duurzaamheid en de opleiding Adviseur Duurzaam Wonen

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00 tot 16.00 uur.

Vraag onze opleidingsgids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor je klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

De Wft-PE periode loopt tot 1 april 2022!

Als financieel adviseur moet je je beroepskwalificatie(s) onderhouden. Zorg dat je aan deze eis voldoet met de Wft-PE examens en opleidingen van NIBE-SVV.