Pensioen in verkiezingstijd

Nu heel politiek Nederland vast aan de verkiezingscampagne is begonnen, barst de discussie over de rekenrente van pensioenfondsen natuurlijk ook weer los. Maar een percentage is een volstrekt leeg begrip als je niet weet, waarover dat berekend wordt.

Veel pensioenfondsen staan onder water en zijn (worden) gedwongen af te stempelen. Deels door een lage rentestand; deels door de verplichting om bij de berekening van het toekomstige fondsvermogen niet van al te optimistische rendementen uit te gaan. Maar hoe zit het met het huidige vermogen van pensioenfondsen? Rendement is immers niet alleen afhankelijk van een percentage, maar ook van het bedrag waarover je dat percentage kunt realiseren. 1% over een miljoen is meer dan 2% over 400.000,-.
 
Waardebepalingen, zeker toekomstige waardebepalingen, zijn lastig. Dat kan elke expert, taxateur en accountant vertellen. En u hoeft maar aan de bankencrisis te denken om te weten dat ook een triple-A-rating weinig houvast biedt. Vastgoedpakketten die het ene jaar voor 10 miljard op de balans staan, kunnen een jaar later minder dan de helft ‘waard’ zijn. Om over de waarde van aandelen- en obligatiepakketten maar te zwijgen.
 
In dat verband is het wel aardig dat bestuurders van pensioenfondsen vaak commentaar hebben op de lage rendementsverwachtingen waarmee zij moeten rekenen, maar ondertussen in veel gevallen geen flauw idee hebben van de betrouwbaarheid van hun eigen cijfers. Uit een onderzoek onder pensioenbestuurders blijkt dat slechts 10% de waardering van de toekomstige kosten en baten in hoge mate vertrouwt. Hoeveel? U leest het goed: 10%.
 
Een citaat van de onderzoeker: ‘Pensioenfondsen gebruiken steeds geavanceerdere beleggingsmethoden waarmee zij in een breder spectrum aan vermogenscategorieën beleggen. Als gevolg hiervan is het moeilijker geworden om de correcte waarde van beleggingen te bepalen.’ In gewoon Nederlands: ‘We hebben geen flauw idee wat die beleggingen eigenlijk waard zijn’. Dat klinkt niet vertrouwenwekkend. Maar hoe geloofwaardig ben je als je over rendementspercentages steggelt, terwijl je geen vertrouwen hebt in de bedragen waarover die percentages berekend zouden moeten worden?
 
De vraag is natuurlijk ook: is dat bij verzekeraars veel beter? Hebben bestuurders van verzekeraars wel het vertrouwen in de eigen cijfers dat pensioenfondsbestuurders ontberen? Want welk solvabiliteitssysteem je ook hanteert: het staat en valt met de vraag of een waardering (toekomstbestendig) betrouwbaar is. Dat de toekomst zich lastig laat voorspellen, hoef ik u niet uit te leggen.
 
Kun je al die waarderingen dan net zo goed achterwege laten? Nee, wat mij betreft niet. Maar het lijkt mij wel verstandig om de meer fundamentele onzekerheden in gedachten te houden als er weer eens gesteggeld wordt over rendementsperscentages en toekomstige opbrengsten. Als de onderliggende cijfers niet meer dan een prognose zijn, dan is de waarde van een langetermijnberekening helemaal onzeker.
 
Uiteindelijk leven we meer bij hoop dan bij zekerheid. 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00 tot 16.00 uur.

Vraag onze opleidingsgids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor je klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

De Wft-PE periode loopt tot 1 april 2022!

Als financieel adviseur moet je je beroepskwalificatie(s) onderhouden. Zorg dat je aan deze eis voldoet met de Wft-PE examens en opleidingen van NIBE-SVV.