Hoop doet leven



Ook tijdens de tweede Wft-PE-cyclus blijkt dat – zacht gezegd – niet iedereen gelukkig is. Niet met het stelsel, niet met de omvang en al helemaal niet met de verplichte examens. Dus blijft er kritiek komen. Want hoop doet leven. Ik denk niet dat het helpt.

Vooropgesteld: het Wft-vakbekwaamheidsstelsel is niet ideaal en dat geldt ook voor de Wft-PE. Dus kan ik me goed voorstellen dat er vanuit verschillende beroepsgroepen gepleit wordt voor een andere inrichting. Zoals: ‘hetzelfde onderwerp komt voor bij verschillende PE-examens’ of ‘stel onze achterban vrij van de Wft-PE, want wij kunnen het veel beter en gerichter zelf’. Dat eerste lijkt mij niet te vermijden (zowel de Adviseur schade zakelijk moet de AVG kennen als de Adviseur pensioen, dus als je beide diploma’s hebt, kun je dat onderwerp twee keer tegenkomen), maar dat tweede is vaak waar. Daar zit ook precies het probleem.

Het huidige Wft-stelsel beoogt een minimum vakbekwaamheidsnorm voor beginnende beroepsbeoefenaren te zijn. En die norm op peil te houden. Het stelsel is niet bedoeld om van iedere beroepsbeoefenaar een specialist te maken. Specialisten zijn wel nodig, en gelukkig zijn die er ook, maar specialismen zijn het terrein van individuele beroepsbeoefenaren, daarin ondersteund en daartoe aangemoedigd door hun beroepsorganisaties. Die inderdaad, de een meer dan de ander, vaak buitengewoon nuttige PE-activiteiten voor hun achterban organiseren.

Maar als je beroepsgroepen gaat vrijstellen van de Wft-PE doet zich al snel de vraag voor: wie selecteert welke beroepsgroep voor vrijstelling in aanmerking komt? En daarna: wie houdt in de gaten of die specifieke beroepsgroep inderdaad voldoende aan PE doet? En natuurlijk ook of inderdaad alle leden van die beroepsgroep die PE daadwerkelijk hebben gevolgd èn of het beoogde leerresultaat in voldoende mate is bereikt? Dat vraagt om accreditatienormen en toezicht. Accreditatienormen en toezichtsystemen die per beroepsgroep variëren. Dat is niet ondenkbaar, maar dat is heel duur. Veel duurder in elk geval dan het huidige stelsel.

Want, dat accreditatie- en toezichtstelsel zou wettelijk geregeld moeten worden. Het gaat tenslotte om een vrijstelling van een wettelijke verplichting. Ongeacht of je die taak bij het CDFD of bij een ander overheidsinstituut neerlegt: dat moet worden betaald. Tegelijk is er een nevengevolg: als bepaalde beroepsgroepen worden vrijgesteld, en andere financiëledienstverleners dus niet, blijven er (veel?) minder gegadigden over voor de gewone Wft-PE-examens. Maar de kosten om die examens te maken worden daardoor niet lager. De vrijstelling voor de een betekent dus een (flinke?) tariefsverhoging voor de ander. De vraag is of de markt daarop zit te wachten.

Dus ja, voor een aantal beroepsgroepen zijn absoluut betere systemen denkbaar. De vraag is of je het moet willen. Zo duur is het huidige stelsel niet en zoveel tijd kost het ook niet: één PE-voorbereiding en één PE-examen per Wft-diploma in een periode van drie jaar. Elk alternatief is duurder, zowel voor degenen die voor een vrijstelling in aanmerking zouden kunnen komen als voor degenen die dat niet kunnen.

Ik begrijp dat er financiëledienstverleners zijn die zo lang mogelijk wachten met het afleggen van een PE-examen in de hoop dat het straks niet meer moet. Ja, hoop doet leven en natuurlijk: je hebt toch nog ruim twee jaar de tijd. Maar dié hoop is niet terecht.
 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heeft u vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur, m.u.v. vrijdag tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze nieuwe studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor u klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om uw waarde voor uw klant te behouden. Onze whitepapers helpen u om uw kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.