Het belang van de mededelingsplicht bij een AOV

De gevolgen van een fout ingevulde gezondheidsverklaring bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) kunnen groot zijn, zo blijkt uit recente jurisprudentie.
We nemen de uitspraak met u door.

Wat was er aan de hand?

Bij het aanvragen van een AOV beantwoordt de klant enkele vragen over eerdere medische behandelingen foutief. Daarmee zet hij de verzekeraar op het verkeerde been. Die accepteert de verzekering, iets wat hij anders niet zou hebben gedaan. De klant verspeelt daarmee niet alleen alle rechten op een uitkering, ook betaalt hij (achteraf gezien) voor niets premie. Bovendien krijgt hij nog een flinke rekening voor de verweerkosten van de verzekeraar.

De feiten

De klant is aannemer. In 2011-2013 heeft hij last gehad van ernstige hoofdpijnklachten en duizeligheid. Daarvoor is hij behandeld door zijn huisarts (die medicijnen voorschreef), een neuroloog (die een MRI liet maken), een osteopaat en een acupuncturist. De combinatie van die behandelingen zou verlichting hebben gebracht. In juni 2013 vraagt hij een AOV aan met een verzekerd bedrag van € 50.000 per jaar. In de gezondheidsverklaring wordt specifiek gevraagd naar onder andere hoofdpijnklachten en duizeligheid. Bij die vraag is toegelicht dat men in ieder geval ‘ja’ moet antwoorden als een huisarts, hulpverlener of arts is geraadpleegd.
Niettemin kruist de klant ‘nee’ aan. De verzekering wordt vervolgens probleemloos geaccepteerd. Iets meer dan een half jaar later meldt de klant zich arbeidsongeschikt wegens ‘overspannenheid/burn-out’, wat zich uit in klachten als ‘draaierigheid, transpireren, hoofd-/spierpijn’. De verzekeraar beroept zich na een uitgebreid onderzoek op het schenden van de mededelingsplicht en weigert uitkering. De verzekeraar zegt de verzekering met onmiddellijke ingang op. Bovendien laat hij de klant opnemen in zijn interne en het externe registratiesysteem vanwege fraude.

Oordeel van rechtbank en gerechtshof

Zowel de rechtbank als het gerechtshof stellen vast dat de klant de mededelingsplicht inderdaad heeft geschonden. Volgens hen zou een redelijk handelende verzekeraar bij kennis van de juiste stand van zaken deze verzekering niet hebben gesloten. De klant beroept zich er dan op dat de verzekeraar de termijn van 2 maanden zou hebben geschonden. Die 2 maanden vormen de periode waarbinnen een verzekeraar de klant moet informeren als hij een beroep wil doen op het schenden van de mededelingsplicht. Maar daar gaan rechtbank en gerechtshof niet in mee. Die termijn van 2 maanden gaat namelijk niet in op het moment dat de verzekeraar aanleiding heeft te veronderstellen dat de mededelingsplicht is geschonden, maar pas op het moment dat hij een voldoende mate van zekerheid daarover heeft. 
Alleen op het gebied van de registratie krijgt de klant het voordeel van de twijfel. Omdat de verzwegen medische behandelingen van de klant (naar zijn zeggen) wel verlichting voor de hoofdpijnklachten hadden geboden, willen de rechters niet uitsluiten dat het foutief invullen van de verklaring niet bedoeld was om de verzekeraar opzettelijk te misleiden. De registraties moeten daarom ongedaan worden gemaakt.

De gevolgen

Het bewijs dat een klant inderdaad de opzet heeft een verzekeraar te misleiden is soms lastig te leveren, zeker in situaties als deze, waarbij het gaat om de vraag wat de klant dacht bij het invullen van een formulier. Het lijkt nauwelijks voorstelbaar dat deze klant bij het invullen van de gezondheidsverklaring te goeder trouw is geweest, maar de rechter geeft hem het voordeel van de twijfel. Dat is fijn voor de klant, want daardoor staat hij niet als fraudeur te boek. Tegelijk ervaart hij wel de gevolgen van het schenden van de mededelingsplicht. Hij krijgt geen uitkering en de AOV is opgezegd. Bovendien heeft hij voor niets premie betaald. Die krijgt hij namelijk niet terug.

Wetsvoorstel

Ook al staat vast dat de verzekeraar (terugkijkend) geen risico heeft gelopen, hij hoeft de ontvangen premie (gezien het verzekerde bedrag was het waarschijnlijk een aanzienlijke premie) niet terug te betalen aan de klant. Als het goed is, verandert dat volgend jaar. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding dat verzekeraars verplicht alle ontvangen premies in dit soort gevallen te restitueren. Een eerder wetsvoorstel dat dit ook al probeerde te regelen, heeft de eindstreep nooit gehaald. Zie daarvoor: https://www.platform-flink.nl/artikel/866-verzwijging-en-premierestitutie.

Meer weten?

Lees de volledige uitspraak ECLI:NL:GHSHE:2019:1608

Diverse opleidingen van NIBE-SVV gaan in op de regels omtrent de mededelingsplicht:

Ook in de Beursbengel vindt u regelmatig verhelderende artikelen over juridische uitspraken.

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heeft u vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur, m.u.v. vrijdag tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze nieuwe studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor u klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om uw waarde voor uw klant te behouden. Onze whitepapers helpen u om uw kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.