Foute producten en een falende AFM?



Peperdure verzekeringen die zouden worden verkocht door niet-gekwalificeerde medewerkers van een opslagbedrijf zonder AFM-vergunning. En de AFM zou er niets aan doen. Maar kloppen die feiten?

Vorige week kon u in VAST (een nieuwe online vakuitgave) een blog lezen van Eric Horssius, waarin hij schande sprak van de situatie. Baliemedewerkers konden perperdure verzekeringen verkopen zonder over de vereiste diploma’s te beschikken, terwijl het bedrijf ook geen vergunning heeft. Maar voor de verkoop van verzekeringen zijn diploma’s en een AFM-vergunning ook niet nodig. Tenminste niet als je dat onder de ‘regels’ van de Fenexbepaling doet. De Fenexbepaling?

Deze (bij mijn weten) niet-gepubliceerde bepaling hanteert de AFM al vele jaren. Het komt er kort gezegd op neer dat als er een ‘moederpolis’ is afgegeven, het afgeven van daaruit voortvloeiende ‘dochterverzekeringen’ niet als ‘bemiddeling’ in de zin van de Wft wordt gezien en dus zonder vergunning kan plaatsvinden. In de moederpolis staan dan de verzekeringsvoorwaarden, de premie(maatstaf) en de beoogde groep klanten, terwijl de dochterpolissen geïndividualiseerd zijn. Deze constructie wordt veel gebruikt. Bijvoorbeeld door beroepsgoederenvervoerders (vandaar ook de naam Fenexbepaling) en inderdaad ook door verhuurders van opslagboxen. In beide gevallen is het beoogde doel de klanten de waarborg te geven dat als er iets met de vervoerde c.q. opgeslagen goederen gebeurt er een bepaalde mate van verzekeringsdekking is. Voor een uitgebreide beschouwing van de Fenexbepaling: zie de Beursbengel van maart 2019.

In dat opzicht lijkt mij dat er juridisch niet zo veel aan de hand is. Op één uitzondering na (daar kom ik zo op terug). Voor de verkoop van verzekeringen zijn geen vakdiploma’s nodig, tenzij er sprake is van ‘advies’ in de zin van de Wft. En ik durf er wel een weddenschap op af te sluiten dat er (in elk geval op papier) van een dergelijk advies geen sprake is. Er wordt (verplicht!) informatie gegeven en een verzekering verkocht. Zo doet elke premievergelijker op internet het ook: geen advies, alleen informatie en verkoop. En ja, ook daarvoor is normaal een vergunning nodig, maar die Fenexbepaling geeft ondernemers, zoals opslagbedrijven, de mogelijkheid daar onder uit te komen. Geheel volgens staand AFM-beleid. Veel (maar niet alle) verwijten van Eric Horssius lijken mij daarmee juist. Uitgaande van de premiebedragen en de verzekerde bedragen die Eric Horssius noemt, lijkt het mij inderdaad wel een fout product.

Maar die uitzondering dan, waar ik nog op terug zou komen. Die uitzondering is dat de Fenexbepaling wel staand beleid van de AFM is, maar dat daar geen enkele juridische grond voor is. De Wft geeft de AFM veel bevoegdheden, maar uitdrukkelijk niet de bevoegdheid dit soort vrijstellingen zelf te bedenken. Daar weet de AFM zelf trouwens ook. Al in de zomer van 2018 maakte de AFM in kleine kring bekend de bepaling te willen afschaffen. Die afschafdatum schoof vervolgens drie keer op. Vervolgens, begin 2019, liet de AFM in beperkte kring weten dat het afschaffen van de Fenexbepaling toch opnieuw onderwerp van nader beraad vormde. Na de zomer van 2019 zou meer informatie volgen.

Nou ja, het is nog steeds ‘na de zomer van 2019’.
 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heeft u vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor u klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om uw waarde voor uw klant te behouden. Onze whitepapers helpen u om uw kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.