De spagaat van provisiebepalingen

Soms lijkt de Wft te verplichten tot verboden beloningen. Of tot een verbod op producten die voor een klant juist heel zinvol kunnen zijn. Dat komt door de spagaat in provisiebepalingen.

Stel: ik wil een consumptief krediet van € 25.000,- met een looptijd van enkele jaren. Mijn adviseur komt met een aanbieding voor een dergelijk krediet. Hij vertelt mij dat deze aanbieding het voordeel biedt dat bij overlijden de restschuld volledig wordt kwijtgescholden. Als ik alleenstaand ben, maakt mij dat misschien niet uit; als ik een gezin, kinderen en een hypotheek heb misschien wel. Maar de vraag is of dit product wel mag van de Wft. Voor de goede orde: het product bestaat al geruime tijd.

Het probleem zit in de provisie. Of liever: in de provisieregels van de Wft. Bij consumptief krediet is alleen doorlopende provisie van de aanbieder toegestaan. Aan de klant mogen voor advisering en/of bemiddeling in consumptief krediet geen kosten in rekening worden gebracht. Bij overlijdensrisicoverzekeringen is het juist andersom. De aanbieder mág geen provisie geven; aan de klant moeten advies- en/of distributiekosten in rekening worden gebracht.

Het product in mijn voorbeeld is een combinatie van een consumptief krediet (doorlopende provisie móet) en een overlijdensrisicoverzekering (provisie verboden). Los dat maar eens op. Voor zover ik kan nagaan, ‘lost’ de aanbieder van dit product het probleem op door het geheel als consumptief krediet te beschouwen. Dus: doorlopende provisie te betalen. Daar kan ik wel begrip voor hebben. Maar de vraag is of het mag.

De AFM lijkt het probleem op haar website een beetje te omzeilen. Enerzijds wordt vastgesteld dat er inderdaad twee verschillende beloningssystemen zijn en dat bij consumptief krediet géén directe vergoeding aan klanten gevraagd mag worden. Anderzijds staat een paar regels verder: ‘Voor de werkzaamheden op het gebied van bijverzekeringen mag u wel een directe vergoeding in rekening brengen bij de klant.’ Let op het woordje ‘mag’ in de voorgaande zin. Dat suggereert dat het niet hoeft. Dat adviseurs ook ‘gratis’ advies- en bemiddelingsdiensten aan de klant verlenen. Wat natuurlijk onzin is. ‘There is no such thing as a free lunch’.

Dat weet de AFM ook. Want enkele regels lager verordonneert de AFM (geheel terecht overigens!): ‘Het dienstverleningstraject voor het consumptief krediet en het traject voor de bijverzekeringen dienen duidelijk van elkaar te worden gescheiden.Maar ja, hoe kun je een dergelijke scheiding volhouden als het gaat om de bemiddeling/advisering van een samengesteld product? De prijs (premie) voor de overlijdensrisicoverzekering is natuurlijk verdisconteerd in de kredietvergoeding. De kredietvergoeding is weer leidend voor de hoogte van de doorlopende provisie.

Kortom: er blijft een spagaat in de provisiebepalingen, die lijkt op de oude veiligheidsmaatregelen bij de spoorwegen. (Eén medewerker moet continu opletten of er een trein aankomt en alsdan op een fluitje blazen. Maar tegelijk moeten alle medewerkers gehoorbeschermers dragen om gehoorbeschadiging te voorkomen.)
 

 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heeft u vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur, m.u.v. vrijdag tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze nieuwe studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor u klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om uw waarde voor uw klant te behouden. Onze whitepapers helpen u om uw kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.