Er zijn regels en die gelden

Politiek en toezichthouders lijken zich ineens zorgen te maken over drempels die ‘innovatieve nieuwkomers’ ervaren. Daar maak ik mij nou weer zorgen om. De gedachte dat innovatieve nieuwkomers per definitie het klantbelang op het oog hebben, lijkt me zelfs voor politiek en toezichthouders te naïef.

Voorlopig lijkt ‘innovatie’ het woord van 2016. En zeker: nieuwe technologische ontwikkelingen zorgen er voor dat allerlei nieuwe partijen op de financiële dienstverlening af komen. Gevestigde partijen worden links en rechts (maar zelden belangeloos) als traag, verouderd en niet meer van deze tijd in de hoek gezet. Het is meegaan of straks niet meer bestaan. De vraag of een beetje langzaam en geleidelijk meegaan niet voldoende is, wordt niet gesteld. In elk geval niet hardop. Nieuwe innovatieve toetreders, zo lijkt het, verdringen zich om op de markt te komen.
 
Maar er is één ding dat al die innovatieve toetreders verenigt. Zij ervaren de regelgeving als knellend; het verkrijgen van een vergunning is lastig, duur, kost teveel tijd en de toezichthouders zijn te star. Zo zijn er bezwaren tegen het niet mogen geven van forse bonussen. Het is een illusie – zo is het argument – dat zonder de in de technologische sector gebruikelijke bonussen de talenten kunnen worden aangetrokken, die voor die innovaties nodig zijn. Een argument dat u en ik eerder hebben gehoord, maar toen ging het niet over innovaties en de technologische sector.
 
Niettemin lijken ook politiek en toezichthouders mee te bewegen op deze innovatiehype. Minister Dijsselbloem zei vorige week ‘niet op de rem te willen staan voor de kansen die nieuwe technologie biedt omdat we nog discussies voeren over regels en toezicht’. DNB wil zelfs ‘bezien of het vergunningenstelsel meer ruimte moet bieden aan nieuwkomers, zodat innovatie de ruimte krijgt’ en denkt aan tijdelijke vergunningen voor experimentele diensten en 'proeftuinen'.
 
Bij al deze vooruitstrevend lijkende sympathie voor nieuwe ontwikkelingen lijkt wat vergeten worden. Oók bestaande partijen in de financiële dienstverlening hebben met die regels en dat toezicht. Ook voor hen is het verkrijgen van een vergunning lastig, duur en kost het veel tijd. Ook bestaande partijen vinden toezichthouders wel eens te star. Het lijkt mij fundamenteel onjuist als regels en toezicht wel versoepeld kunnen gaan worden voor innovatieve toetreders die hun toegevoegde waarde op de markt nog moeten bewijzen, terwijl diezelfde regels en toezicht onwrikbaar zijn voor bestaande partijen. Zelfs als die bestaande regels er toe leiden dat gewaardeerde partijen die hun belang allang hebben bewezen uit de markt gedrongen worden. (Lees bijvoorbeeld mijn blog van vorige week). Ik ben voor innovatie. En ook voor versoepeling van een aantal regels. Maar er zijn regels en die gelden. Voor allemaal of niemand. 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heb je vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor je klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

De Wft-PE periode loopt tot 1 april 2022!

Als financieel adviseur moet je je beroepskwalificatie(s) onderhouden. Zorg dat je aan deze eis voldoet met de Wft-PE examens en opleidingen van NIBE-SVV.