Kennistoets DSI Vermogensbeheerder (institutioneel)


Deze case bestaat uit 5 vragen waarmee u uw kennis kunt oefenen. De juiste antwoorden staan onderaan de pagina.

Fiduciair manager Roderick van Boxtel heeft al jaren een plezierige relatie met Kees van Gelder. Kees is voorzitter van het bestuur van het charitatieve fonds ’De Reddende Engel’. De stichting heeft als statutaire doelstelling de financiële hulpverlening ten behoeve van basisschoolprojecten in Oost-Europa. Het fonds wil hier jaarlijks 4% van de waarde van het vermogen aan besteden. De uitgaven worden wel geacht mee te stijgen met de inflatie. Als financiële doelstelling heeft het fonds ’waardebehoud‘: het vermogen moet zoveel mogelijk in stand blijven met behoud van koopkracht.

De portefeuille heeft momenteel een omvang van EUR 10.000.000,- en kent qua invulling een neutraal profiel (50% in aandelen developed world en 50% in Nederlandse- en Duitse staatsleningen met een effectief rendement van ongeveer 2%). Vanwege de omvang van het fonds wordt belegd in beleggingsfondsen en trackers.

Van Boxtel wil met Van Gelder een aantal actuele ontwikkelingen bespreken die mogelijk van invloed zijn op het beleggingsbeleid. Het gaat onder andere om de wensen die het fonds heeft op het gebied van duurzaamheid en de discussie rond actieve- of passieve implementatie van het beleggingsbeleid.

Van Gelder vraagt aan Van Boxtel advies. Hij wil weten of de huidige strategische assetallocatie (nog) past bij de doelstellingen van het fonds en wat de invloed is hierop van een onverwachte rentestijging of -daling.

Vraag 1

Aantal punten: 7

Wat zal Van Boxtel antwoorden op de vraag van de heer Van Gelder over de strategische assetallocatie?

Vraag 2

Casustekst

Van Gelder gaat met Van Boxtel in discussie over de wensen van het fonds op het gebied van duurzaamheid. Van Gelder wil van Roderick als deskundige antwoord op een aantal beweringen die hij gehoord en/of gelezen heeft over duurzaam beleggen die voor het fonds misschien van belang kunnen zijn.

Aantal punten:2

Welke bewering over duurzaam beleggen is JUIST?
  1. Het beleid van passieve fondsmanagers is strijdig met duurzaamheid
  2. Duurzaam beleggen leidt tot minder rendement dan een NIET duurzaam beleid
  3. Duurzaam beleggen is beperkt tot de aandelenportefeuille
  4. Bij duurzaam beleggen, in de vorm van uitsluitingen, verschuift volgens de Moderne Portefeuille Theorie (MPT) de efficiënte grenslijn naar beneden

Vraag 3

Aantal punten: 2

Welk voordeel hebben passieve beleggingen (trackers) ten opzichte van actieve beleggingen?

  1. Trackers verslaan de markt vaker
  2. Trackers kennen vaak een lagere kostenstructuur
  3. Trackers zorgen voor meer duurzaamheid in de portefeuille
  4. Trackers zijn minder risicovol

Vraag 4

Casustekst

Tijdens het gesprek vertelt Kees van Gelder dat de stichting het beleggingsstatuut heeft aangepast. Op het gebied van duurzaamheid is een aantal restricties opgenomen.

Vraag 4a:

Aantal punten: 3

Per 1-1-2013 zijn in Nederland wettelijke bepalingen ingevoerd met betrekking tot clustermunitie.
Geef aan in welke gevallen het beleggingsbeleid van ‘De Reddende Engel’ in strijd kan zijn met deze wettelijke bepalingen.

Vraag 4b:

Aantal punten: 4

Noem vier manieren waarop de fiduciair manager de wensen van zijn klant op het gebied van duurzaam beleggen kan concretiseren in zijn beleggingsbeleid voor de klant.

Vraag 5

Aantal punten: 7

Noem vier en NIET meer dan vier factoren waardoor de performance van trackers af kan wijken van het rendement van de index.


Antwoorden

Vraag 1

Het benodigde rendement is 6% (4%+2%). Het huidige effectieve rendement van het mandje staatsleningen is ongeveer 2%. Als we uitgaan van een ongewijzigde rente, dan is het rendement ook ongeveer gelijk aan 2%. In combinatie met een 50-50 verdeling is de impliciete rendementsverwachting voor aandelen developed dan 10%. De risicopremie van aandelen boven obligaties komt hierdoor op 8%. Dit is onrealistisch hoog. (2 punten)

Bij een rentedaling is slechts op korte termijn een tijdelijk hoger rendement op deze staatsleningen mogelijk. Bij een rentestijging zal het jaren duren voordat de hogere rentes het effect van de koersdalingen hebben gecompenseerd.
In alle gevallen past de strategische assetmix niet bij de doelstelling. Een van beide of allebei moet worden aangepast. (3 punten)

Gegeven de expliciete doelstelling van koopkrachtbehoud moet ook de mogelijkheid van beleggingen die bescherming bieden tegen (onverwachte) inflatie, bijvoorbeeld inflation linked bonds of inflation swaps of commodities, worden meegenomen in het advies. (2 punten).

Vraag 2

Antwoord D is juist (2 punten)

Vraag 3

Antwoord B is juist (2 punten)

Vraag 4a

Voor de ‘Reddende Engel’ is van belang dat niet rechtstreeks of via mandaten wordt belegd, maar via fondsen (van derden) en trackers. In dat geval is van belang om te bepalen welk percentage van elk fonds wordt belegd in bedrijven die betrokken zijn bij de productie van clustermunitie (2 punten).

Deze bedrijven mogen voor niet meer dan 5% deel uitmaken van de fondsen en trackers (1 punt).

Vraag 4b:

Exclusion. Door het selecteren van vermogensbeheerders die bepaalde bedrijven of landen uitsluiten. (1 punt)
Engagement. Door het selecteren van vermogensbeheerders die de dialoog aangaan met bedrijven. (1 punt)
Integration. Er worden vermogensbeheerders geselecteerd die een duurzaamheidscore mee laten wegen bij de selectie. (1 punt)
Best in class. Hierbij kiezen vermogensbeheerders de meest duurzame bedrijven binnen een sector. (1 punt)
Thema’s. Door aan de portefeuille themafondsen toe te voegen die bijvoorbeeld inspelen op duurzame energie, landbouwgrond, gezonder leven. (1 punt)
(Let op: kandidaat behoeft slechts 4 manieren te benoemen voor het maximaal aantal te behalen punten)

Vraag 5

Mogelijke JUISTE alternatieven:

  • Beheerkosten (2 punten)
  • Transactiekosten door herbeleggingen en aanpassingen i.v.m. andere indexweging. (2 punten)
  • Andere portefeuilleconstructie dan volledige replicatie zoals  optimalisatie (2 punten)
  • Inkomsten uit securities lending (1 punt)
  • Andere fiscale behandeling dan waar de index vanuit gaat (1 punt)

(Let op: kandidaat behoeft slechts 4 factoren te benoemen voor het maximaal aantal te behalen punten)