20 juli 2026
Betaalfraude bij banken: DNB ziet inzet, maar vraagt om scherpere sturing
Bijna 1 op de 10 Nederlanders kreeg in 2025 te maken met betaalfraude, met soms grote financiële en emotionele gevolgen. De Nederlandsche Bank (DNB) onderzocht hoe banken en betaalinstellingen dit aanpakken, en waar het beter kan. Voor jou als financieel dienstverlener is dit relevant: klanten verwachten dat jij fraudepatronen herkent en hen goed kunt informeren. In dit artikel zetten we de belangrijkste bevindingen voor je op een rij, met extra aandacht voor niet-bancaire fraude en bankhelpdeskfraude.

Twee hoofdvormen van fraude
Niet elke fraude werkt hetzelfde. DNB onderscheidt twee hoofdvormen. Bij niet-bancaire fraude maakt het slachtoffer zelf de betaling. Een fraudeur overtuigt hem daartoe, bijvoorbeeld met een nepliefde bij romancefraude. Of met een valse factuur bij CEO-fraude. Bij bancaire fraude gaat de dader zelf aan de haal met een rekening. Denk aan phishing of malware. Ook investeringsfraude en voorschotfraude komen veel voor. De ellende stopt vaak niet bij één klap. Slachtoffers krijgen daarna regelmatig een nepherstelbureau aan de lijn, dat belooft het geld terug te halen. Tegen betaling, uiteraard.
Wat DNB ziet bij instellingen
Instellingen zitten niet stil als het om fraude gaat. Ze zetten gemotiveerde teams in en nemen concrete maatregelen. Toch blijft de aanpak vaak operationeel. Signalen worden afgehandeld, maar strategische keuzes blijven liggen. Denk aan risk appetite en capaciteitsinzet. Veel instellingen stellen wel Key Risk Indicators op. Ze onderbouwen deze indicatoren echter nog onvoldoende. Instellingen die risk appetite wél vastleggen, sturen gerichter. Banken beschermen klanten intussen met daglimieten en waarschuwingen bij risicovolle transacties. Bij een limietverhoging geldt een wachttijd van vier uur. Hoe effectief deze maatregelen precies zijn, is nog lastig te meten.
Een veranderend speelveld
Kunstmatige intelligentie verandert het fraudelandschap in rap tempo. Synthetische identiteiten duiken steeds vaker op. Instellingen hebben daardoor behoefte aan meer en diversere databronnen. Ook samenwerking binnen de keten wordt belangrijker. Denk aan afstemming met social media en telecomproviders, buiten de financiële sector. Het Verenigd Koninkrijk loopt daarin voorop met standaardisatie van gegevensuitwisseling.
Detectie: verschillende keuzes, weinig heroverweging
De ene instelling is de andere niet. Sommige zetten machine learning in voor trenddetectie. Andere gebruiken het juist om nieuwe fraudepatronen snel te herkennen. Beide keuzes kunnen werken, zolang ze onderbouwd zijn. Opvallend: eenmaal gekozen strategieën heroverwegen instellingen zelden. DNB benadrukt daarom het belang van periodieke validatie.
Transacties weigeren en klanten waarschuwen
Fraudeurs zijn overtuigend, dat is hun vak. Ze sturen slachtoffers actief aan en instrueren hen om bankwaarschuwingen te negeren. Banken staan hierdoor voor een lastige keuze. Uitvoeringsplicht versus zorgplicht: welke weegt zwaarder? Sommige banken kiezen ervoor om transacties te weigeren, ook als de klant zelf aandringt. Klanten blijken hier achteraf vaak dankbaar voor.
Bankhelpdeskfraude en coulance
Bij bankhelpdeskfraude, ook wel spoofing genoemd, geeft het slachtoffer zelf de opdracht tot een betaling. Wettelijk hoeven banken deze schade niet te vergoeden. Toch hanteren grootbanken sinds 2021 een coulancekader. Zij vergoeden schade volledig bij aangifte en aantoonbare spoofing. Onder de Europese richtlijn PSD3 wordt deze vergoeding straks wettelijk verplicht.
Wat betekent dit voor jou?
DNB verwacht dat instellingen risicogebaseerd sturen verder ontwikkelen. Voor jou betekent dit: blijf scherp op fraudepatronen en coulanceregels. Volg de ontwikkelingen rond PSD3 op de voet. Jouw klanten rekenen op die kennis, juist op het moment dat het ertoe doet.




