Case mevrouw De Vries


Vraag 1

Aantal punten: 7

Marianne de Vries (27 jaar) heeft recent haar ouders verloren bij een fataal auto-ongeluk in Oost-Europa. Als enig kind rust nu de zware taak op haar schouders om het familie vermogen goed te beheren. Haar oom treedt op als executeur-testamentair en helpt bij de afhandeling van de erfenis. Na afwikkeling van de erfenis en de verkoop van haar vaders bedrijf, resteert een vermogen van € 2.725.000,- in privé. Op advies van haar oom, is dit bedrag opgedeeld in vijf gelijke bedragen die bij vijf verschillende banken zijn weggezet. Hij stelt “de banken zijn niet te vertrouwen, spreiden moet je”.

Haar oom heeft ook de woning van haar ouders, waar Marianne zo’n prettige jeugd heeft doorgebracht, kunnen verkopen. Marianne is haar oom dankbaar voor de hulp bij de afhandeling van de erfenis.

Marianne heeft medicijnen gestudeerd en heeft nooit het bedrijfsleven in gewild. Ze heeft een relatief laag inkomen nu ze met haar co-schappen is gestart. Daar kan ze wel alles van doen. De huur van haar appartement vlakbij het ziekenhuis, is gelukkig laag. Marianne wil graag een deel van het verkregen vermogen onderbrengen in een Fonds op naam. Zo kan ze toch het gedachtegoed van haar moeder in ere houden. Over twee jaar heeft ze haar co-schappen voltooid en hoopt Marianne op een mooie opleidingsplaats tot oogarts in de Verenigde Staten.

Bram van Duin is vermogensbeheerder bij een financiële instelling. Marianne komt bij hem op bezoek en heeft een aantal vragen. Een van de vragen die Marianne heeft gaat over de omvang van het belegbare vermogen en het deel dat ze in ieder geval liquide zou moeten aanhouden.

Welke factoren bepalen hoeveel Marianne liquide moet houden? Vermeld hierbij op welke informatie Bram van Duin zich baseert in zijn antwoord.

Vraag 2

Aantal punten: 2

Marianne geeft aan dat ze het vervelend zou vinden als het vermogen dat ze van haar ouders heeft geërfd zou afnemen door het wanbeleid van bankiers. Ze heeft de tip van haar oom om het vermogen over vijf verschillende banken te spreiden dan ook ter harte genomen. Ze vraagt Bram expliciet naar de soliditeit van zijn werkgever.

Wat zegt de vraag die Marianne stelt en de houding die daaruit blijkt over haar risicobereidheid ten aanzien van beleggen?

A. Marianne is blijkbaar zeer risico-avers. Bram neemt haar houding mee bij de beoordeling van haar risicobereidheid.
B. De vraag van Marianne gaat over een specifiek risico dat nu actueel is. Bram neemt de vraag NIET mee bij de beoordeling van haar risicobereidheid.
C. Dat is niet te zeggen. Pas na het invullen van de risicovragenlijst kan Bram beoordelen of deze houding overeenkomt met haar risicohouding ten aanzien van beleggen.
D. Er is GEEN verband te leggen tussen haar houding ten aanzien van bankbestuurders en haar risicobereidheid.

Vraag 3

Aantal punten: 7

Marianne geeft aan dat zij niet alleen de liquiditeiten over meerdere partijen wil spreiden, maar dat zij ook de beleggingen nominaal gelijk over twee vermogensbeheerders wil verdelen. Over de mandaten voor beide vermogensbeheerders heeft ze nog geen expliciete ideeën.

Wat zijn de consequenties van deze verdeling van de beleggingen over twee partijen voor het vaststellen van de strategische- en tactische assetallocatie van de portefeuille in beheer van Bram? Motiveer uw antwoord.

Vraag 4

Aantal punten: 2

Bij het beleggingsvoorstel dat Bram aan Marianne gaat uitbrengen, besteedt hij ook aandacht aan de risicowijzer.

Hieronder staan twee stellingen over de risicowijzer.

  • Stelling I: De risicowijzer geeft aan of het risico van de beleggingen in lijn is met de risicoclassificatie van de 17 beleggingscategorieën die de AFM onderscheidt.
  • Stelling II: Wanneer de risicowijzer van een beleggingsfonds een hoog risico aangeeft, dan investeert het fonds overwegend in beleggingen met een grote standaarddeviatie.

Welke stelling(en) is/zijn juist?

A. Alleen stelling I is juist
B. Alleen stelling II is juist.
C. Beide stellingen zijn juist.

Vraag 5

Aantal punten: 7

Na twee jaar is Marianne klaar met haar co-schappen. Ze heeft een opleidingsplek in San Francisco bemachtigd. De portefeuille heeft de afgelopen jaren een prima rendement laten zien (gemiddeld 6%). Om in haar levensonderhoud in de Verenigde Staten te kunnen voorzien blijkt nu dat zij helaas meer middelen nodig heeft om rond te komen dan ze eerder had geraamd. Het gaat jaarlijks om een bedrag dat overeenkomt met het jaarresultaat van de portefeuille die bij Bram is ondergebracht.

Welke gevolgen heeft dit gegeven voor de strategische asset mix en op de invulling van de portefeuille, en welke invloed heeft het op het rendement? Motiveer uw antwoord.

 

Antwoorden

Vraag 1

Marianne is nog twee jaar bezig met haar co-schappen en heeft tot die tijd het vermogen noch het inkomen uit het vermogen nodig voor haar levensonderhoud. (1 punt)

In de jaren daarna moet zij mogelijk wel een beroep doen op het vermogen, als het haar lukt om een opleidingsplaats te bemachtigen in het buitenland. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bestedingen voor huisvesting of duurzame consumptiegoederen, verzekeringen en studiematerialen. (2 punten)

Ook de omvang van de storting in het door haar gewenste Fonds op naam bepaalt hoeveel middelen liquide gehouden moeten worden. Het restant is immers het maximaal belegbare vermogen.

(2 punten)

Daarnaast zijn haar kennis en ervaring van belang en haar risicobereidheid om te bepalen welk deel van het vermogen belegd zou moeten worden, welk percentage van de portefeuille liquide blijft en welk deel sowieso liquide moet blijven. (1 punt)

De hoogte van de huidige depositogarantieregeling zal eveneens bepalen of per bank het bedrag liquide aangehouden zal worden (momenteel maximaal 100k) of dat er beleggingen in geldmarktfondsen voor gekocht moeten worden. (1 punt)

Vraag 2

Antwoord C is het juiste antwoord.

Vraag 3

Zonder inzicht te hebben in de portefeuille verdeling van de andere vermogensbeheerder kan niet worden bepaald of de strategische asset mix voldoet aan de risicobereidheid en risicotolerantie van Marianne. (3 punten)

De kostenefficiëntie moet ook met Marianne besproken worden, met het oog op de grootte van het belegbaar bedrag en de bijdrage van spreiding over twee beheerders. (2 punten)

Afhankelijk van de fee structuur kan het zo zijn dat beide vermogensbeheerders tegengestelde aanpassingen doorvoeren in hun deel van de overall portefeuille van Marianne, waardoor zij op geconsolideerd niveau alleen maar extra kosten maakt, terwijl haar strategische- noch haar tactische assetallocatie ingrijpend muteert. (2 punten)

Vraag 4

Antwoord B is het juiste antwoord.

Vraag 5

Nu er onttrokken dient te worden, wordt de risicotolerantie (het risico dat ze kan lopen) als gevolg van de gewijzigde financiële positie van Marianne lager. (2 punten)

Beoordeeld moet worden of de huidige asset mix ook voldoet aan deze lagere risicotolerantie.
(2 punten)

Om het risico van onttrekkingen het hoofd te bieden dient bij de invulling van de portefeuille rekening te worden gehouden met de onzekere liquiditeitsbehoefte op korte termijn, ofwel door beleggingen op te nemen die makkelijk te verkopen zijn, ofwel door cashflowmatching toe te passen. (2 punten)

Wanneer hierdoor de asset mix defensiever wordt, heeft dit een lager verwacht rendement op de beleggingen tot gevolg. (1 punt)