Case de heer Groenendijk


Vraag 1

Aantal punten: 7

De heer Groenendijk is een nieuwe beleggingsadviesklant. Tot voor kort was hij een ‘doe-het-zelf-belegger’. In verband met voor hem tegenvallende beleggingsresultaten wil hij een adviesrelatie aangaan met de bank waar Johan als beleggingsadviseur werkt. De portefeuille van Groenendijk is overgeboekt van zijn oude bank, waarmee hij een executiononlyrelatie had, naar de bank van Johan. Het klantbeeld van Groenendijk is inmiddels in kaart gebracht. De portefeuille heeft een waarde van € 875.000,- en bestaat slechts uit vijf individuele aandelen. Eén aandeel beslaat ruim 30% van het belegd vermogen. Johan heeft dit concentratierisico al voorzichtig met Groenendijk besproken en heeft hem geadviseerd te gaan beleggen volgens een Core Satellite strategie.

Leg uit waarom de spreiding in de portefeuille van Groenendijk te beperkt is  en noem drie argumenten die Johan in zijn advies aan Groenendijk moet gebruiken om de portefeuille anders in te richten.

Vraag 2

Aantal punten: 7

Johan heeft Groenendijk overtuigd van een betere spreiding in zijn beleggingsportefeuille. Het totale vermogen is echter beperkt en de heer Groenendijk heeft aangegeven erg kostenbewust te zijn.

Noem zes en NIET meer dan zes manieren waarop Groenendijk zijn portefeuille het MEEST kostenefficiënt kan samenstellen.

 

Vraag 3

Aantal punten: 2

Groenendijk komt vervolgens zelf met een voorstel om 50% van zijn belegd vermogen in een Zenith ETF te beleggen. De Zenith ETF, uitgegeven door de Russische Zenith bank, volgt een mandje Europese small caps  waardoor een betere spreiding in de portefeuille wordt aangebracht. Dit mandje is met behulp van swaps ’synthetisch‘ samengesteld. Johan bespreekt de belangrijkste voor- en nadelen van beleggingen in ETF’s.

Wat is één van de belangrijkste risico's van een belegging in een synthetische ETF?

A. Het valutarisico
B. Het liquiditeitsrisico
C. Het tegenpartijrisico

Vraag 4

Aantal punten: 7

Groenendijk is nog steeds overtuigd van een belegging in de synthetische Zenith ETF, gelet op  de goede resultaten van de afgelopen jaren.  Hij geeft nu aan slechts 10% van zijn portefeuille in deze ETF te willen beleggen. Na een aantal gesprekken besluit Groenendijk toch de ETF in zijn portefeuille op te nemen, ondanks het negatieve advies van Johan. De afspraken tussen Groenendijk en Johan zijn NIET schriftelijk vastgelegd.

Wat is in deze casus het belang van een goede schriftelijke vastlegging van de gemaakte afspraken? Noem drie argumenten.

Vraag 5

Aantal punten: 2

Groenendijk wil een deel van zijn portefeuille gaan beleggen in private equity. Het gaat hierbij om niet-beursgenoteerde fondsen. Volgens Groenendijk blijft het rendement van gewone aandelen achter. Van een kennis heeft hij ook gehoord dat er met private equity goede rendementen zijn te behalen. Johan informeert Groenendijk over de voor- en nadelen van beleggingen in private equity en attendeert hem op twee beursgenoteerde private equity vehikels, namelijk Value8 en Powershares Global Listed Private Equity. De laatste is een ETF.

Welk risico bespreekt Johan met Groenendijk betreffende zijn voornemen om te gaan beleggen in niet-genoteerde private equityfondsen en waarom?

A. Het valutarisico van dergelijke beleggingen, aangezien private equity fondsen veelal internationaal beleggen.
B. Het liquiditeitsrisico, omdat private equity beleggingen in dit geval mogelijk NIET snel en/of tegen een goede prijs kunnen worden verkocht.
C. Het tegenpartijrisico, aangezien de mogelijkheid bestaat dat de tegenpartijen insolvabel raken.


Antwoorden

Vraag 1

De spreiding van de portefeuille is te beperkt, de portefeuille bestaat uit slechts vijf individuele fondsen. (1 punt)

Er is een individueel fonds dat zelfs ruim 30% van de portefeuille bedraagt. (1 punt)

Johan adviseert een betere spreiding in de portefeuille aan te brengen, eventueel met beleggingsfonds(en) en/of ETF’s.  (2 punten)

Hij betrekt de te nemen risico’s in de afweging om verandering in de portefeuille te adviseren. (1 punt)

Opname van andere asset classes met een andere correlatie om risico’s verder te beperken. (2 punten)

Vraag 2

Kostenefficiëntie kan worden bereikt door gebruik te maken van:

  • standaardportefeuilles in plaats van een maatwerkportefeuille en

  • beleggingsfondsen in plaats van individuele titels. (2 punten)

  • Door ETF’s en andere trackers te gebruiken in plaats van actief beheerde beleggingsfondsen. (2 punten)

  • Door zo min mogelijk gestructureerde producten toe te passen. (2 punten)

  • Door gebruik te maken van een all-in fee. (1 punt)

Vraag 3

Antwoord C is het juiste antwoord.

Vraag 4

De wensen van Groenendijk kunnen afwijken van het door Johan gegeven advies. Een goede vastlegging van de overeengekomen dienst (advies) en de voorwaarden waaronder de dienst wordt aangeboden kan onduidelijkheid en eventuele klachten achteraf voorkomen. (2 punten)

Een goede vastlegging van gemaakte afspraken is van belang voor een goede monitoring van risico en doel van de beleggingsportefeuille. (2 punten)

Een goede vastlegging maakt het mogelijk doorlopend de kwaliteit van de dienstverlening af te zetten tegen die van concurrenten. (3 punten)

Vraag 5

Antwoord B is het juiste antwoord.