Belangrijkste wijzigingen in 2019 op vermogensgebied

Wilt u als adviseur ook dit jaar weer passend financieel advies geven? Houd er dan rekening mee dat er per 1 januari 2019 wet- en regelgeving gewijzigd is. We vatten de meest relevante wijzigingen op vermogensgebied voor u samen.

Sociale zekerheid

Per 1 januari 2019 zijn de AOW, Anw, WW, WIA, TW, Bijstandsuitkering, IOW, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2019. Deze uitkeringen zijn namelijk gekoppeld aan het wettelijk minimumloon, dan wel het wettelijk maximumdagloon. Voor iedereen van 22 jaar en ouder is het wettelijk minimumloon in 2019 € 1.615,80 bruto per maand (januari 2018: € 1.578,00 per maand), uitgaand van een voltijds dienstverband. Overigens wordt het wettelijk minimumloon halfjaarlijks aangepast. 

Voor bijstandsgerechtigden gelden vanaf 2019 de volgende vermogensvrijstellingen:
  • € 6.120 (2018: € 6.020) voor een alleenstaande
  • € 12.240 (2018: € 12.040) voor een alleenstaande ouder of voor een gezamenlijke huishouding
  • € 51.600 (2018: € 50.800) voor de overwaarde van een eigen woning 

Het maximumdagloon bedraagt per 1 januari 2019 € 214,28 per dag (1 januari 2018 € 209,26 per dag). Dat is op jaarbasis € 55.927,08 (2018: € 54.616,86).
De maxima voor een WW-uitkering stijgen daardoor tot € 3.495,44 (75%) voor de eerste 2 maanden en daarna € 3.262,41 per maand (70%). Deze bedragen zijn inclusief vakantiegeld.
Ook de maxima van de IVA en WGA zijn hierdoor veranderd.

AOW

De AOW-leeftijd wordt in 2023 en 2024 niet verder verhoogd ten opzichte van 2022: de AOW-leeftijd blijft 67 jaar en 3 maanden.
 
Vanwege de aanpassing van de AOW-bedragen gaat de minimale AOW-franchise voor pensioenregelingen van werknemers omhoog. In 2019 zijn de minimale AOW-franchises:

  • voor een eindloonregeling € 15.599 (2018: € 15.099)
  • voor een middelloonregeling/beschikbare premieregeling € 13.785 (2018: € 13.344)

 Pensioen

 Pensioenopbouw

De opbouwpercentages voor middel- en eindloonregelingen zijn per 1 januari 2019 niet verder aangepast en blijven:
  • voor middelloonregelingen maximaal 1,875%
  • voor eindloonregelingen maximaal 1,657%

De pensioenrichtleeftijd is op 1 januari 2019 ongewijzigd gebleven, op 68 jaar. Dat betekent dat voor pensioenregelingen waarbij de pensioenleeftijd lager ligt dan 68 jaar, de opbouwpercentages lager zijn.
 
Pensioenopbouw met gebruik van de omkeerregeling is bovendien gemaximeerd op € 107.593 (2018: € 105.075). Daarboven is alleen netto-pensioen mogelijk (met een vrijstelling in box 3).
 
Premiestaffels
Door verhoging van de pensioenrichtleeftijd, zijn nieuwe premiestaffels gepubliceerd voor beschikbare premieregelingen.
 
Waardeoverdracht kleine pensioenen – vervallen zeer kleine pensioenen
Op 12 december 2017 heeft de Eerste Kamer de Wet waardeoverdracht klein pensioen goedgekeurd. Kleine pensioenen zijn (ouderdoms)pensioenen die lager zijn dan € 484,09 (2018: € 474,11) per jaar. Deze pensioenen vormen voor pensioenuitvoerders een grote belasting, zowel administratief als financieel. Met de nieuwe wet is het voor hen mogelijk om sinds 1 januari 2019 deze pensioenen automatisch over te dragen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: een efficiëntere administratie voor het pensioenuitvoerder en behoud van pensioenen bij de (gewezen) deelnemer.
Vooralsnog geldt de automatische waardeoverdracht alleen voor kleine pensioenen die zijn ontstaan na 1 januari 2018.
 
Voor kleine pensioenen die vóór 1 januari 2018 zijn ontstaan, blijft voorlopig de huidige regelgeving gelden. Dat wil zeggen dat afkoop van aanspraken tot maximaal € 484,09 nog gewoon mogelijk is.
 
Zeer kleine pensioenen, van minder dan € 2 per jaar, mogen vanaf 1 januari 2019 vervallen. De administratiekosten van dergelijke minieme pensioentjes wegen niet op tegen de belangen van de rechthebbende.
 
Pensioencommunicatie uitgebreider
De pensioencommunicatie wordt uitgebreid. In mijnpensioenoverzicht.nl komen scenario’s te staan (een verwacht, een optimistisch en een pessimistisch scenario). Dat moet in september 2019 gerealiseerd zijn. Ook Uniforme Pensioen Overzichten (UPO’s) worden voorzien van scenario’s. De minister heeft de UPO-modellen van het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie inmiddels goedgekeurd. 

Lijfrenten

De jaarruimte met betrekking tot uitgaven voor inkomensvoorzieningen bedraagt in 2019 maximaal € 12.678 (2018: € 12.362). Er geldt een maximale premiegrondslag van € 107.593 (2018: € 105.075). De minimale AOW-franchise in de derde pijler is € 12.275 (2018: € 12.129).
 
De formule voor de jaarruimte is ongewijzigd ten opzichte van 2018, behoudens de franchise dus:
13,3% x (gemaximeerd inkomen -/- € 12.275) -/- 6,27 x Pensioen aangroei -/- toevoeging OR
 
De maximale jaarruimte is ook als volgt te berekenen:
13,3% x (€ 107.593 -/- € 12.275) = € 12.678. Er wordt immers in het voordeel van de belastingplichtige afgerond op hele euro’s.
 
De reserveringsruimte bedraagt maximaal € 7.254 (2018: € 7.167), maar ten hoogste 17% van de geldende premiegrondslag (maximaal € 14.322 voor belastingplichtigen die aan het begin van het kalenderjaar een leeftijd hebben bereikt van 56 jaar en vier maanden (2018: € 14.152 vanaf 56 jaar)).
De maximale jaaruitkering voor de tijdelijke oudedagslijfrente is € 21.741 (2018: € 21.483).
 
De fiscaalverzachtende afkoopregeling voor zogenaamde kleine lijfrenteverzekeringen met een waarde in het economisch verkeer wordt maximaal €4.404 (2018: € 4.351).
 
De dotatie aan de oudedagsreserve (OR) blijft 9,44% van de winst (dus gelijk aan 2018). De absolute jaarlijkse maximumdotatie is in 2019 € 8.999 (2018: € 8.775).
 
De lijfrentepremieaftrek voor stakende ondernemers wordt respectievelijk € 459.688, € 229.852 of € 114.932 (2018: € 454.237, € 227. 126 of 113.569), afhankelijk van de leeftijd op het moment van staken, dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid of het direct laten ingaan van de uitkeringen.
 
Toekomst lijfrentepremieaftrek
Het kabinet-Rutte III heeft in het najaar van 2017 aangekondigd dat ‘alle aftrekposten’ vanaf 2021 beperkt zouden worden tot aftrek in het tarief van maximaal een nieuwe (lange) eerste schijf van de inkomstenbelasting. In de loop van 2018 is gebleken dat deze beperking van de aftrek niet geldt voor de inleg of premie van lijfrenteopbouwproducten. 

Kapitaalverzekeringen Eigen Woning (KEW)

Onder een KEW wordt mede verstaan de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) of het Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW). De KEW-vrijstelling van 2019 is € 166.000 (2018: € 164.000). 

Schenk- en erfbelasting

De tariefschijf en vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting wijzigen op 1 januari 2019. De eerste tariefschijf voor de schenk- en erfbelasting gaat omhoog naar € 124.727 (2018: € 123.248).
De vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting worden alle geïndexeerd. 

Schenkbelasting

De vrijstellingen voor de schenkbelasting bedragen in 2019:

  • kinderen (jaarlijks): € 5.428 (2018: € 5.363)
  • kinderen 18-40 jaar (eenmalig): € 26.040 (2018: € 25.731)
  • kinderen 18-40 jaar (eenmalig) indien schenking wordt gebruikt voor een dure studie: € 54.246 (2018: € 53.602)
  • extra verhoogde vrijstelling voor de eigen woning: € 102.010 (2018: € 100.800).
  • overige verkrijgers: € 2.173 (2018: € 2.147)


Erfbelasting

De vrijstellingen voor de erfbelasting bedragen in 2019:

  • partners: € 650.913 (2018: € 643.194)
  • kinderen en kleinkinderen: € 20.616 (2018: € 20.371)
  • bepaalde zieke en gehandicapte kinderen: € 61.840 (2018: € 61.106)
  • ouders: € 48.821 (2018: € 48.242)
  • overige verkrijgers: € 2.173 (2018: € 2.147)

 Aanpassing Besluit vrijstelling eenmalige hoge schenkingsvrijstelling

Vlak voor Kerst 2018 is een eerder besluit over schenk- en erfbelasting aangepast. De voor de adviseur Vermogen relevante aanpassingen in het besluit, hebben allen betrekking op de eenmalige hoge vrijstellingen, zoals die voor een dure studie of de eigen woning.

Een van de belangrijkste aanpassingen is dat het zeer ingewikkelde overgangsrecht voor toepassing van de hoge schenkingsvrijstelling eigen woning op 1 januari 2019 is vervallen.
Overige relevante aanpassingen in het besluit:

  • De leeftijdsgrens ‘tot 40 jaar’ wordt verduidelijkt: ook de dag dat iemand de 40-jarige leeftijd bereikt, valt nog onder die definitie.
  • Dit geldt ook voor de partner van de ontvanger.
  • De eenmalige hoge vrijstelling in verband met de eigen woning geldt niet alleen voor aanschaf van de eigen woning, maar mag ook gelden in deze situaties:
    • kwijtschelding van een eigenwoningschuld of restschuld

    • verkrijging van een eigen woning tegen een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer 

Zie ook het artikel ‘Nieuw jaar, nieuwe regels: wat verandert er in 2019?’ voor enkele algemene wijzigingen die in 2019 in werking treden.

Opleidingen

Wilt u meer weten? De wijzingen komen uitgebreid aan bod in bijvoorbeeld de volgende opleidingen:

 

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant

Heeft u vragen?

Onze opleidingsadviseurs zijn nu telefonisch bereikbaar. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur, m.u.v. vrijdag tot 17.00 uur. WhatsApp van 10.00-16.00 uur.

Vraag onze nieuwe studiegids aan

Het complete aanbod voor ambitieuze financieel dienstverleners ligt weer voor u klaar. Benieuwd naar ons volledige aanbod?

Nieuwe inzichten opdoen?

Het vakgebied van de financieel dienstverlener is én blijft flink in beweging. Meebewegen is noodzakelijk om uw waarde voor uw klant te behouden. Onze whitepapers helpen u om uw kennis up-to-date te houden en nieuwe inzichten op te doen.